Vuil tapijt, open haard boordevol as, uitgeleefde zetels, hondenhaar, barsten in de muren, de vrouw des huizes die rondloopt in tuinlaarzen… Mogelijk denkt u bij dit scenario aan een marginaal gezin, want het is nu eenmaal een vooroordeel onder de middenklasse: arme mensen leven marginaal, rijke mensen leven in luxe. Soms klopt het — wanneer het om nieuwe rijken gaat.
Maar hier zijn we thuis bij Rachel Johnson, die noch aan het ene noch aan het andere cliché conformeert. Ze is een Britse journaliste en presentatrice, getrouwd met een old-Etonian van adellijke afkomst, en zus van een ex-premier van het VK. Wat is er met haar aan de hand? Niets, helemaal niets. Want voor een aanzienlijk deel van de Britse hogere kringen is slordigheid en je-m’en-foutisme gewoonweg een state-of-mind.
Kishanda Fulford, getrouwd met Lord Francis Fulford, een telg uit de oude Britse landadel, schreef over dit fenomeen. Het koppel woont op het landgoed Great Fulford, waar Francis’ voorouders zich vestigden in 1190. Ze weet dus waarover ze praat. Haar echtgenoot Lord Francis loop er geregeld bij als een landloper, waardoor bezoekers hem soms verwarren met de tuinman…
Niet dat de Britse adel een patent heeft op deze levenswijze. En het is zeker geen recent fenomeen. De Europese adel in het algemeen, maar ook het “oud geld”, hier en in de VS, koestert een wantrouwen voor de vulgaire middenklasse met haar hebzucht en pretentie. De kiem van deze rivaliteit gaat deels terug tot in de middeleeuwen en de opkomst van de bourgeoisie. Deze nieuwe klasse verrijkte dankzij handel (een vulgaire broodwinning) en begon te rivaliseren met de adel voor macht en prestige. De adel stond argwanend tegenover de nieuwkomers, met hun vulgaire commerciële belangen. Hoe meer de bourgeoisie haar rijkdom etaleerde, hoe meer de adel het tegenovergestelde begon te doen, als signaal dat de top van de sociale hiërarchie niet te bereiken is enkel door macht en geld.


En dus ligt een groot deel van de hogere kringen in de verste verte niet wakker van wat anderen denken over hun huizen, kleren of auto’s. Hun leven is gericht op familie, traditie en morele waarden, eerder dan materiële welstand. Ze leven op generaties-oude landgoederen, in uitgeleefde huizen, lopen er vaak bij alsof ze in hun kleren slapen en rijden rond in versleten auto’s. Sober comfort is de norm, zonder zich te bekommeren om spinnenwebben in huis, stof op de meubelen, gaten in hun kleding of blutsen en etensresten in hun auto’s. Soms hebben ze zelfs nog geen warm water in de keuken, of geen centrale verwarming in de badkamer.
Kishanda geeft enkele voorbeelden uit haar vriendenkring. Bij Tim Chichester, een rasechte gentleman, zou er al in jaren niet grondig afgestoft zijn, en vliegt zijn huisdier (een raaf) vrij rond in huis, met alle gevolgen van dien… De excentrieke Markies van Bath — ondertussen overleden, en voormalig eigenaar van het Longleat landgoed — nam het niet zo nauw met persoonlijke hygiëne, en herinnerde zich destijds niet eens meer wanneer hij voor het laatst zijn haar had gewassen.
Volgens Kishanda zijn deze gevallen ver van uitzonderlijk. Zelfs in de grootste landhuizen van Groot Brittanië leeft men in nobele marginaliteit. En bij haar thuis is het niet anders: wanneer ze een poging doet om te stofzuigen, is de reactie van Francis steevast: “Stop being so ‘middle class’ and put the Hoover away!” De honden leven binnen, slapen mee in bed, en zelfs de Shetland pony mag af en toe binnen voor enkele uurtjes.
Dezelfde bohemiaanse levensstijl uit zich in hun auto’s, die meestal tweedehands worden gekocht. Niemand ligt wakker van blutsen, krassen, stof of moddersporen, en het interieur ligt steevast vol rommel en etensresten. Baron Goldsmith van Richmond Park, die een vermogen heeft van 280 miljoen pond, rijdt rond in een 20 jaar oude Toyota, goed voor export naar de derde wereld.


Auto’s wassen is een obsessie van de middenklasse, en dus absoluut not done. Tenzij voor de grap. Zo ging Francis ooit Kishanda thuis oppikken, voor een weekendje, in een pas gewassen auto. Ze was zo gechoqueerd dat ze bijna de reis afgelastte en hem de laan uitstuurde. Maar Francis was met opzet de koffer vergeten, en toen ze die open deed om haar reistas in te laden, was ze opgelucht — deze keer door de rommel, waarin nog twee rottende fazanten lagen (geschoten tijdens de jacht, weken voordien)… Francis werd goedgekeurd!
Kledij volgt hetzelfde stramien. De Britse adel is ofwel pikfijn gekleed (enkel voor formele gelegenheden) of loopt er slordig bij. Er is blijkbaar geen middenweg. Een gentleman koopt nooit nieuwe kleren, uitgenomen wanneer hij aanzienlijk rijker wordt of wanneer zijn kleren uitgeleefd of onherstelbaar zijn. En wie toch nieuw koopt, moet creatief zijn. Zoals een aristocraat die toegaf dat hij nieuwe schoenen altijd eerst enkele maanden liet inlopen door zijn chauffeur…
Toen de Hertog van Norfolk, door een vriend werd aangespoord om zich netter te kleden, vroeg hij: “Waarom zou ik? In Arundel [zijn thuisbasis] weet iedereen wie ik ben, en in London niemand. Dus, who cares?” Ook Baron Goldsmith is gekend voor zijn slordig voorkomen in de House of Lords: vuile schoenen, oude ribstof broek en colbert met mottengaten.
Maar ook Kishanda’s echtgenoot Francis is gekend voor zijn “mottig” voorkomen. En ook haar grootmoeder werd vroeger vaak door bezoekers verward met het thuispersoneel. “Ze droeg haar kleren alsof die haar met een hooivork werden toegeworpen!”. Maar wie goed keek, zag dat ze een haarpin droeg met kostbare diamanten.
Een groot deel van de hogere kringen ligt in de verste verte niet wakker van wat anderen denken over hun huis, kleren of auto.
Wat anderen zien als een teken van armoede en marginaliteit, beschouwt de adel als bon ton. Waarom laarzen uittrekken binnenshuis, waarom het huis stofzuigen, kleren strijken, of de auto wassen? Zelfs het huis verwarmen gebeurt slechts tijdens de koudste wintermaanden, en bij voorkeur met een gezellige open haard. Spaarzaamheid is een deugd en teken van goede smaak — eerder dan een teken van armoede, zoals de lagere klassen het interpreteren.
Hoe u het ook bekijkt, deze levensstijl heeft zijn voordelen. Minder obsessief bezig zijn met netheid, minder consumeren en minder verbruiken betekent meer vrije tijd en meer budget voor belangrijkere zaken. En het is bovendien milieuvriendelijker.
En wees eerlijk, waar zou u liever op de koffie gaan? Bij de f***ing Fuldfords, of bij de Vlaamse middenklasse, in hun saaie, kraaknette villa’s — zonder een sprankel geschiedenis, cultuur of savoir-vivre?
Een mens vraagt zich af waarom de middenklasse, die moet werken om een hypotheek af te lossen, geld spendeert aan overbodige schijn — en dan nog klaagt dat ze te veel belastingen betaalt. Kent u de uitdrukking over de aap met de gouden ring?
