Skip to content

De Grote Thems gaat literair: De avonturen van Dhr. & Mevr. Viane-Compernolle

Beste buren en vrienden,

Jullie lezen het goed: De Grote Thems gaat literair.

Een hele tijd geleden wist een buurtbewoner — niet bepaald van hoog niveau niveau — vol enthusiasme te verkondigen dat de Grote Thems werd vermeld in een Vlaamse roman. Who cares? dachten we. Uiteraard ging het om derderangsliteratuur. De leesgewoonten van de buur in kwestie raakten dan ook niet verder dan roddelpers en ontspannende verhaaltjes.

Iedereen kan een roman schrijven en die laten plaatsvinden in de Grote Thems. Dat kunnen wij ook. Onze roman heet: Welgekomen! De avonturen van Dhr. en Mevr. Viane–Compernolle.

Proloog

Het was voorspelbaar dat Viane — ondanks zijn universitair diploma — nooit met een vrouw van enig niveau zou trouwen. In de betere kringen tellen namelijk voornaam gedrag en sociale achtergrond, twee zaken die hij in de verste verte niet mee had uit de wieg. Enig talent of persoonlijkheid had hij evenzeer.

Het was dus niet verwonderlijk dat hij zou eindigen met een boerendochter. Hij was zelf van bescheiden afkomst en aangezien vrouwen bij voorkeur trouwen in een gelijke of hogere klasse, kon hij helaas niet hoger ambiëren. Maar financieel inzicht had hij wel. Boeren bezitten namelijk grond en het verkavelen van landbouwgrond in de Vlaamse randstedelijke gebieden zat in de lift. Met anderen woorden: Viane dacht aan de bruidsschat, waarmee hij later zijn hypotheek zou helpen afbetalen. Goed gezien, want een succesvolle carrière zou hij niet uitbouwen, noch inhoudelijk, noch financieel.

Al was vrijerij vóór het huwelijk een grote zonde volgens meneer pastoor, schoonvader Compernolle had hier minder moeite mee, want hij wou zijn dochter liefst zo snel mogelijk “kazerneren” — en zeker met een universitair. Dus beging het koppeltje binnen de kortste keren de doodzonde, in de maïsvelden van Bachten de Kupe. Na een paar pinten op een feestje was de boerendochter al “zohte” en het duurde niet lang voor Viane daarvan profiteerde. Een gentleman was hij niet en zou hij nooit worden. Een opportunist daarentegen…

Met evenveel stijl als een varken sprak Viane zijn geliefde toe: “Op ‘t menu vandaag: worst met appelmoes!”. “Moar allé gie, vulaard”, antwoorde de halfzatte Compernolle. Kledij werd stuntelig uitgespeeld en wat volgde, was even sensueel als een zatte veldwachter, en had meer weg van dierlijke paring dan van liefde en passie. Viane liet ook geen steen onomgedraaid, tot lichte paniek van Compernolle die op sexueel vlak nog erg naïef was: “Moa wa doe je gie nu?”

Eenmaal getrouwd bouwde het koppel in een verkaveling. Landelijke stijl. De boerenmentaliteit zat diep in de genen. Men zegt dat boeren boeren blijven, voor minstens drie generaties. Men kon Compernolle dus onttrekken aan het platteland, maar het platteland niet aan Compernolle. Nota bene, geen slecht woord over de boerenstiel, die is namelijk essentieel voor de maatschappij. De Vlaamse boerenmentaliteit daarentegen is te missen als de builenpest.

Typisch onder boerenzonen en -dochters is een sociaal minwaardigheidscomplex en een levenslange drang naar zelfaffirmatie. Klimmen op de sociale ladder is de ultieme droom. Maar de mentaliteit blijft ongewijzigd, met of zonder villa of Duitse auto. Ze blijven bekrompen, opportunistisch, materialistisch, afgunstig en vulgair.

Het kweken ten huize Viane-Compernolle ging vlot, mede gefinancierd door de Belgische Staat. Want kweken is misschien gratis, maar een kroost grootbrengen kost geld — en enkel met Viane’s loon zouden ze niet ver komen. In de praktijk werd het kindergeld natuurlijk niet volledig aan de kinderen besteed. Een mens moet een hypotheek afbetalen, nietwaar?

Compernolle hoopte te “stijgen” door haar huwelijk met een universitair. In de praktijk was het Viane die “daalde”, voor zover dat nog kon. Maar voor de vele “vriendschappen” die ze onderhielden was dat geen belemmering, aangezien het volk van hetzelfde niveau was. Die werden graag uitgenodigd ten huize Viane-Compernolle. Vooral degenen met een mooie auto. Want Viane dacht: waar geld is, valt te profiteren. Gratis verblijf in het vakantiehuis van de ene, tips voor subsidies of goedkope diensten via een ander, en noem maar op. Opportunisten pur sang waren het.

Ook cultureel waren ze geen hoogvliegers. In zijn vrije tijd las Viane wel eens een boek, maar dat was meestal om er achteraf op feestjes geleerd over te doen. Voor de rest wat wielertoerisme, De Vlaamse Leeuw zingen op barbecues en supporteren voor de voetbal. Voetbal en boereleute zijn trouwens twee handen op één buik.

Ondanks (of net door?) zijn volstrekt banale leven, zowel privé als professioneel, was Viane een vulgaire opschepper. Bij iedere gelegendheid stond hij uit zijn nek te lullen en zichzelf op te hemelen. Ironisch genoeg was er niets om op te hemelen.

Compernolle las vooral de plaatselijke roddelpers. Ze was lid van iedere vereniging waar iets (voordelen of verse roddels) te rapen viel, inclusief een vrouwenclub waarvan het niveau zo hoog was als de wintertemperaturen in Siberië. Ze deed ook vrijwilligerswerk — uiteraard uit zelfpromotie en eigenbelang, om zodoende overal rond te neuzen.

En zo ontvouwde zich onder de kerktoren een leven van onopmerkelijke banaliteit, zonder nederlagen noch overwinningen, doch kleurrijk door de stereotiepe kenmerken van de Vlaamse lage middenklasse: achterbaksheid, opportunisme, vrekkigheid en afgunst.

Jan Vincke

_ _ _