Skip to content

Polyglots in de Delhaize

Zoals alle brave mensen, gaan wij ook wel eens naar de Delhaize.

Het is fascinerend hoe iedere supermarkt zijn stereotype klanten heeft. Voor de ene gaat het enkel om boodschappen, voor de ander is het ook een uitstapje met de optie om aan de afdeling droge voeding verslag te doen over de vakantie in Toscane. Want wie gaat er in godsnaam naar de Colruyt of de Aldi? Dat de hogere burgerij in grootsteden gebruik maakt van kortingskaarten van low-cost supermarkten beseffen velen uiteraard niet. Boereleute associeert duurdere prijzen met kwaliteit en “chique” en denkt daarmee een hogere status te hebben.

Onlangs waren we in de Delhaize enkele flessen wijn gaan kopen. Naast mij hoorde ik een man vragen: “zouden ze het proeven als we goedkopere wijn serveerden?” En madame antwoordde: “aucun [sic!] idée…” Het toppunt van elegantie à la Flamande! De pretentie om Frans te praten, maar nog niet eens het onderscheid kunnen maken tussen mannelijk en vrouwelijk… Een walm commerciële eau de toilette kreeg ik er gratis bij. Ik moest me inhouden om niet “quelle excellente [sic] parfum!” te exclameren. Of om te vragen of ze wist waar de wasknijpers lagen.

De pretentie om Frans te praten, maar nog niet eens het onderscheid kunnen maken tussen mannelijk en vrouwelijk...

Dat schijnbaar banaal moment vat de essentie samen van de Vlaamse middenklasse: een chronische drang naar bevestiging en sociale status. Vooral indien mémé en pépé eenvoudige middenstanders of boeren waren — daar is overigens helemaal niets mis mee.

Waarom gaan we eigenlijk nog naar de Delhaize? Tja, zoals we in Vlaanderen zeggen: “aucun idée”.