Skip to content

Pinned: “De ene rokkent wat de andere spint”

(Detail uit de “De dwaasheid van de wereld”, Pieter Breugel de Oude, 1559)

Ze liggen altijd en overal op de loer.

Nee, we hebben het niet over de CIA, Mossad of MI6, maar over een even hardnekkig, zij het minder gesofisticeerd fenomeen: het gezelschap van de achterklap. Kletswijven en kwaadsprekers. U weet wel, te pas en te onpas roddelen ze over andermans leven. Ze beoordelen en veroordelen, al dan niet op basis van verdraaide feiten, veronderstellingen of regelrechte leugens. Laten we deze soort eens nader omschrijven.

Volgens wetenschappelijk onderzoek doen ze het uitstekend in landelijke gemeenten, en als gevolg van de plattelandsexodus, ook in randstedelijke verkavelingen onder de lage middenklasse. Dus ook bij ons in de Grote Thems!

Het betreft zowel vrouwelijke en mannelijke figuren, meestal met een lage sociale achtergrond (vaak agrarisch) en obsessieve sociale klimmers (al slagen ze daar niet zo goed in). Eerder laag opgeleid, maar tegenwoordig ook universitairen — vooruitgang noemt men dat. Hoewel ze in het dialect werden opgevoed, doen ze hard hun best om beschaafd te klinken (ook daarin slagen ze niet zo best). Ze zijn doorgaans schijnheilig, arrogant, vulgair, opportunistisch, afgunstig, en zo diepzinnig als een trekpaard.

Hun favoriete tijdverdrijf is uiteraard neuzen in andermans leven — liefst de minder flatterende zaken — en daarover commentaar te leveren, met een vleugje schadenfreude. Dit gebeurt niet zelden in even erudiet gezelschap, met koffie en taart, of barbecue en cava.

Het zijn volkse figuren die een eeuwenoud stereotype in ere houden: dat van de vulgaire massa. Het doet denken aan een schilderij van Pieter Breugel de Oude, uit 1559: “De dwaasheid van de wereld” (later genaamd “Nederlandse Spreekwoorden”), dat — zoals de naam suggereert — Nederlandstalige spreekwoorden uitbeeldt. “De ene rokkent wat de andere spint” (roddelen) is er één van.

Het is fascinerend hoe dit werk de toenmalige cultuur, of beter gezegd folkore, in detail heeft vastgelegd. Nog fascinerender, of eerder frapant, is dat de mens in 465 jaar bitter weinig is geëvolueerd. Je zou denken dat de wetenschap, democratie en onderwijs de mens een beetje mentale ontwikkeling zou hebben bijgebracht. Helaas. Afgunst, opportunisme, hypocrisie, bedrog… we zijn nog sneller van de builenpest afgeraakt.

De dwaasheid en zinloosheid van de wereld was een terugkerend thema in het werk van Breugel, en hij wist het te vertalen met een humoristische afstandelijkheid. Zonder verontwaardiging, maar met een gulle lach.

Meer over “De dwaasheid van de wereld” via Google Arts & Culture.